Wat een rot file! 


Posted on September 24, 2019 by Aisah in Random thoughts

*Note van Aisah: Dit is een short story dat ik ergens wou neerzetten dus ik zet hem hier*

 

Wat een rot file!  Ik kijk al een half uur naar hetzelfde nummerplaat. PB nummer streepje nummer. Een witte Ford-Ranger.  Wildtrack. Groot. Stoer. Ik zag wat bauxiet op de banden. Een echte werkpaard is die auto. Het zou eigenlijk niet zo zielig moeten staan in de file. Blijkbaar maakt ook de file zoals de dood geen onderscheid.  Hoe kom je de file door? Misschien door aan deze dingen te denken.  Levenskeuzes en dankbaar zijn. Dankbaar zijn dat je, je heel broodje in rust kan eten. Die man in die wildtrack denkt er denk ik anders over. Ik heb hem al 6 keer zijn handen op zien gooien in frustratie. Het helpt ook niet dat die man die loopt ons nu inhaalt.

Ik moet denken aan mijn broer. Hij rijd ook zo een wildtrack ford dinges. Hij zei me laatst dat hij nu een ander mens is.  Ik was verbaasd. Hoezo? Je bent toch nog  steeds die kleine belhamel van de buurt die altijd de helft van me brood moet nemen, want je was altijd te laat om je eigen brood te maken. Ik zie je ook nog steeds  die trui dragen van de middelbare school. Die ene waar dogla op staat. En die handen, hoewel ze nu regelmatig een manicure krijgen, weet ik dat ze nog altijd klaar staan om te knokken.  Veranderd iemand als hij of zij een andere wagen koopt? Misschien.

Ik kende mijn broer zijn eerste wagen nog.  wagen was een groot woord. je kon gerust zeggen een bak. Dat onding had  tig roest plekken, een zijspiegel die geplakt was  en letterlijk hij alleen kon het starten want je moest die sleutel op een speciale manier draaien.
“No laf mi, Asami”. zei hij altijd.
“Het brengt me van A naar B en als je ergens wil gaan dan kan ik je brengen.”
Dat was wel waar. Als ik ’s avonds naar school moest en ik wou niet rijden dan bracht hij me. En soms gingen we gezellig wat broer zus tijd spenderen en ergens wat drinken.  Dan zaten we langs het water. Ik met een Smirnoff en hij met een Par’bo. Want Smirnoff was een vrouwendrank.  En dan zaten we stil, of we spraken of we zaten stil en keken over het water.  Alles was ok.

Geen enkele vrouw keek naar hem als hij in die auto reed. Tenminste niet dat type waarnaar hij keek. Het leek alsof hij alleen maar ging voor die fake chicks met  hakken waarin ze nauwelijks konden lopen. Ik wist dat ze neerkeken op die auto, maar dat kon ik hem niet zeggen. Hij was zo trots op dat ding en straks verplaatste ik zijn hart terwijl het op de juiste plaats zat. Konden ze niet kijken naar zijn walk en zijn talk?  Hij had een toffe walk en een toffe talk. En hij walkte die talk met

een gezond stel hersenen.  Met alleen deze hersenen begon hij zijn bedrijf. Ok, Ok ik overdrijf. Er was ook nog een tafel, stoel, ven en een filekast. Geen airco, nog  niet.

ik bracht cup cakes en broodjes voor hem om het te vieren. Die broodjes waren meer zodat hij mijn brood niet zou nemen.
“Eigenlijk eet ik geen cake, Asami” zei hij.  “maar deze zijn wel echt lekker”.  “Ga je er niet wat mee doen?” ”Misschien moet je zelf ook een shop starten”
“Misschien” zei ik.  “Als die kids wat ouder zijn. Nu is het goed zo. Die vader en ik zijn op speaking-terms en er is rust.”
“Ok zus, Maar kan ik ook een stuk van je brood nemen?”

 

Hij ging door en werkte hard. Het bedrijf groeide, hij groeide en ineens stond hij voor de deur met die witte ford. en ik zag geen belhamel meer, maar een forse man die iets was in de maatschappij. ik was trots, hij kwam op plaatsen, maar iets was anders. Zijn ogen keken vreemd. Ten eerste kon ik ze niet goed zien, want hij bleef dat scherm van die rot iphone checken. en toen zei hij ineens:

“Asami, ik kan je niet brengen om een smirnoff te drinken. ik wordt er dik van.”
“Dik van?” zei ik verontwaardigd “waar ben je dik?”  “Nou dan drinken we toch water?”
hij werd chagge en zei “Ik heb een andere afspraak. ik meld je nog wel”
“Ja ok.” Zei ik “ Waar ga je dan?”
“Wat denk je dat ik moet doen? Werken! Ik heb verantwoordelijkheden.”
ik hield me mond en probeerde te luisteren naar wat hij zei.
“Tuurlijk moet je werken als je moet werken. Maar je hoeft niet zo te doen. Heeft dit te maken met die chick waarover je me laatst vertelde? Je weet toch dat ze niet naar je zou kijken als je nog die oude bak reed.”
“Nee Asami.”
“Wel wat dan? Praat met me.”
“Al zou ik je zeggen je zou me niet kunnen helpen.”
“Nou maar praten erover helpt al heel wat”
“Ja maar jij bent niet op het niveau om erover te praten”
AUW
“Goed”  zei ik terwijl ik toch een traan bedwing Misschien inderdaad andere auto, ander mens
“Ok.” zei hij
“Ok.” zei ik ook. Want wat moet je dan nog zeggen?
Het was stil. Het was niet die goede stilte die ik kende bij het water
“Ik app je wanneer ik wel kan.”
“Kijk wat je doet” zei ik.
Hij stapte in de auto. Een toffe wagi, maar ik vond het lelijker dan die oude bak.
Hij scheurde de straat uit. Moet ik mama en papa iets zeggen? Ik weet het niet.
Ik zucht en mijn hart doet een beetje pijn.  ik wacht nog steeds op die app.  Moet ik toch nog proberen om zelf te bellen of te appen? Het is toch me broer en  wachten op deze manier is pijnlijker dan wachten in de file. Me buik is ook wel vol na een half broodje.

 

 

 

 

 

 

Author

Eve

A fellow-traveler of life figuring out the way. I like to share little nuggets of wisdom i found on this journey. blogger coder baker mom of 2


Comments


Write a Reply or Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *


*